Terrorisme onderzocht

Terrorisme2

Het nieuws over terrorisme  en terroristische aanslagen spat elke dag van het televisiescherm af en boezemt veel mensen angst in. Ook in de wetenschap is het een niet meer weg te denken onderzoeksobject. Wat houdt dit onderzoek in en wat heeft het tot nu toe opgeleverd? Onlangs stond in de Volkskrant een overzicht.*

Allereerst is er de contatering dat het aantal dodelijke slachtoffers  als gevolg van terroristische aanslagen de laatste jaren fors is toegenomen, maar dat de mortaliteit vergeleken met andere vormen van geweld bescheiden blijft: ‘gewone’ moorden eisten in 2012 wereldwijd 40x meer levens dan terrorisme.
De internationale en onafhanelijke denktank Institute for Economics and Peace (IEP) registreert al jarenlang de wereldwijde terroristische activiteit in de Global Terrorism Index (GTI). Op grond daarvan constateert het instituut een sterke toename van terrorisme in 2013 en 2014. Bekijken we het over een langere periode (2000-2013) dan is het aantal doden door terrorisme sinds 2000 vervijfvoudigd.
Hoewel de aanslagen in Parijs en Kopenhagen begin 2015 naar verhouding veel aandacht kregen, vallen de meeste slachtoffers van terrorisme (82%) in vijf landen: Irak, Afghanistan, Pakistan, Nigeria en Syriӫ.

De drijfveren van terroristen zijn de afgelopen decennia sterk veranderd: in de jaren 70 van de 20ste eeuw kwam de terreur uit de hoek van linkse groeperingen in Europa (Rote Armee Fraktion, Brigate Rosse),  al liet bijvoorbeeld in Italiӫ ook extreem-rechts zich in deze jaren niet onbetuigd.**Verder waren terreurgroepen actief die nationalisme als motivatie hadden (vgl IRA in Noord-Ierland, ETA in Spanje). In de jaren 80 en 90 trad de  linkse terreur in Latijns Amerika (FARC, Sendero Luminoso) op de voorgrond. In 2000 begint dan de golf van het religieus geinspireerde terrorisme waar we nu volop in zitten. Deze terreur is afkomstig van groepen in het Midden Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Aziӫ, die zich beroepen op een extreme interpretatie van de islam zoals IS (Islamitische Staat), Boko Haram, Al Qaida en Taliban.

Over de vraag wat de voornaamste voedingsbodem voor terrorisme is, lopen de wetenschappelijke meningen uiteen.  Volgens Bibi Van Ginkel, terrorisme-expert bij instituut Clingendael, is het altijd een combinatie van factoren. Armoede en een lage opleiding spelen zeker een rol, maar – zo stelt het IEP – de opkomst van terreurgroepen moet eerder verklaard worden uit zwakte van politieke systemen dan uit economische achterstelling. Landen waar terrorisme goed gedijt hebben vaak te kampen met etnische en religieuze spanningen, schending van mensenrechten (al of niet van overheidswege) en een algemeen hoog geweldsniveau.
Hieruit volgt logischerwijs wat overheden kunnen doen om terrorisme tegen te gaan. Behalve terreurbestrijding door inlichtingendiensten, politie en justitie moet men 1. aandacht hebben voor de grieven van groepen die ontvankelijk zijn voor terrorisme, 2. een einde maken aan mensenrechtenschendingen en 3. ervoor zorgen dat de rechtsstaat behoorlijk functioneert. Wat in ieder geval niet helpt, aldus socioloog Laura Dugan van de Universiteit van Maryland, is vergeldingsmaatregelen nemen tegen bevolkingsgroepen waaruit terroristische organisaties voortkomen. Dat werkt averechts.

Tenslotte de vraag of terrorisme loont. Het antwoord van de meeste wetenschappers is: nee. Terreur leidt niet tot wezenlijke toezeggingen van regeringen. Landen die doelwit waren van terrorisme zetten juist de hakken in het zand als het geweldniveau door terroristen werd opgevoerd.
Groepen als IS, Boko Haram  en Al Qaida zijn trouwens helemaal niet geinteresseerd in vredesbesprekingen (althans tot nu toe niet). Ze voeren een soort heilige oorlog met ieder die zij niet als ware moslims zien en vieren elke aanslag en elke dode als overwinning. De filmpjes over hun gruweldaden trekken wereldwijd de aandacht en kunnen andere radicale moslims inspireren. Of zij zich in de door hun bezette gebieden kunnen handhaven is niet goed te voorspellen, maar het verleden leert dat dit soort groepen moeilijk met militaire middelen te bestrijden is. Een oplossing is kortom nog lang niet in zicht.

Onlangs aangeschaft door de Roeterseilandbibliotheek (i333):

V.R. FARMER, Radical islam in the West: ideology and challenge.
Online beschikbaar via UvA catalogus

D.R. SPRINGER e.a., Islamic radicalism and global jihad (2009).
Online beschikbaar via de UvA catalogus

De hierboven genoemde Laura Dugan en haar collega Gerry LaFree, terrorisme onderzoeker aan de University of Maryland hebben veelvuldig gepubliceerd in o.a. het e-journal Terrorism and political violence (aanwezig bij de UvA). Hun onlangs verschenen boek Putting terrorism in context: lessons from the global terrorism database (Routledge, 2015) zal binnenkort beschikbaar zijn in de Roterseiland bibliotheek.

Zie ook de dissertatie van B. van Ginkel, getiteld The practice of the United Nations in combating terrorism from 1946 to 2008 uit 2010, aanwezig bij de Juridische Bibliotheek http://permalink.opc.uva.nl/item/003373142.

* C. Speksnijder, Aanslagen opgehelderd. In: De Volkskrant (bijlage Sir Edmund), d.d.21-2-2015.

**De bomaanslagen en moorden gepleegd door extreem-rechts hebben in Italie meer slachtoffers gemaakt dan de terreuracties van Brigate Rosse en andere linkse groeperingen. Zie http://www.vittimeterrorismo.it/index.htm
[Met dank aan collega Stefano Giani]

 

This entry was posted in Political Science and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s