Waarom ongelijkheid slecht is voor democratie

In kringen van economen en sociale wetenschappers houdt de Franse econoom Thomas Piketty de gemoederen al geruime tijd bezig. In zijn in 2013 verschenen boek Capital aux XXI siècle (in het Engels vertaald als Capital in the twenty first century) schetst Piketty de inkomensongelijkheid in Europa en de VS vanaf de 17e eeuw. De tendens dat rijken steeds rijker worden en armen steeds armer is volgens hem inherent aan het kapitalisme. In de tweede helft van de 20ste eeuw werden de scherpe kanten van het kapitalistisch systeem meer en meer getemperd door de overheid, die een corrigerende en beschermende rol speelde.

Ongelijkheid4

Maar vanaf 1980-1990  begon de ongelijkheid weer toe te nemen. Oorzaak: op nationaal niveau het terugtreden van de overheid, terwijl op internationaal terrein globalisering en liberalisering van de financiële markten plaatsvond.

In het rapport Hoe ongelijk is Nederland? laat de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het regeringbeleid) zien hoezeer dit ook geldt voor Nederland. Gecorrigeerd voor inflatie is het gemiddelde Nederlandse huishoudinkomen de afgelopen 40 jaar nauwelijk gestegen. De topinkomens daarentegen zijn  geëxplodeerd: iemand uit die categorie verdient 52 keer het minimumloon. Nog onthullender is het gegeven dat 60% van het vermogen in Nederland in handen is van 10% van de bevolking. Daarmee behoort Nederland tot de landen met de grootste vermogensongelijkheid.
Sinds het begin van de crisis in 2008 zijn de zaken nog meer op scherp komen staan. De kosten van deze crisis zijn in de vorm van hogere belastingen en minder voorzieningen afgewenteld op de grote groep have-nots, terwijl de kleine groep vermogenden de dans ontsprong of er zelfs op vooruit is gegaan.

Deze ontwikkeling vormt een bedreiging voor de democratie: mensen verwachten meer tegenwicht van de overheid, maar worden daarin teleurgesteld. In augustus las ik in de NRC*een interessante beschouwing over dit onderwerp van Marcel ten Hooven, journalist bij de Groene Amsterdammer. Dit stuk was een bewerking van een artikel van Ten Hooven dat recentelijk is gepubliceerd in De Helling, tijdschrift van het wetenschappelijk bureau van Groen Links. (Ongelijk & asociaal. Even geen feest van de democratie. In: De Helling, nr. 27, september 2014).

Ten Hooven signaleert de opkomst van een nieuwe asociale klasse. Daarmee bedoelt hij niet de kanslozen aan de onderkant, die doorgaans als asociaal te boek staan, maar juist de mensen uit de bovenlaag, de vermogenden. Voortbordurend op dit thema citeert Ten Hooven Montesquieu, die al in 1748 waarschuwde dat een te groot verschil tussen arm en rijk gevaarlijk was voor de democratie: “Naarmate de weelde zich steviger vestigt, richt de aandacht zich meer op het eigenbelang. Een door weelde verdorven hart keert zich weldra tegen de wetten die het als hindernissen ervaart.”
Anno 2014 lijken Montesquieus worden bewaarheid: de nieuwe asociale klasse vindt dat zij haar succes aan zichzelf te danken heeft en  heeft de overheid noch publieke voorzieningen nodig om zichzelf te redden. Bij de publieke zaak voelt zij zich niet betrokken. Als zij zich al met politiek inlaat, is het om de belastingdruk zo laag mogelijk en de overheid zo klein mogelijk te houden, ook al gaat dat ten koste van voorzieningen die anderen helpen het hoofd boven water te houden.
Daarmee wordt een van de belangrijkste basisvoorwaarden voor democratie (nl. een gevoel van lotsverbondenheid) om zeep geholpen. Blijkbaar is er dus een grens aan de hoeveelheid ongelijkheid die democratie kan verdragen.

Naschrift:
Lastig aan deze discussie over ongelijkheid is dat ongelijkheid van inkomen (loon, inkomsten uit arbeid) en van vermogen(inkomsten uit kapitaal) vaak door elkaar worden gehaald (zie column Vier nuances over ongelijkheid van Marike Stellinga in de NRC d.d. 11-1-2014). De meeste mensen in Nederland bezitten uberhaupt geen vermogen, maar hebben alleen inkomsten uit arbeid. De inkomensongelijkheid is in Nederland historisch gezien en in vergelijking met andere landen laag. De vermogensongelijkheid is wel hoog, al beweren sommigen dat die ongelijkheid weer wordt afgezwakt door het Nederlandse pensioenstelsel.

Het boek van Piketty is in diverse talen beschikbaar in de UvA-bibliotheken: de  bibliotheek Roeterseiland heeft de Franse editie; voor de Engelse editie kan men terecht bij de bibliotheek PCHoofthuis en de HvA-bibliotheken.

* NRC 23/24-8-2014

This entry was posted in Political Science and tagged , . Bookmark the permalink.

One Response to Waarom ongelijkheid slecht is voor democratie

  1. Pingback: Evaluating sources on a topic: inequality | Library 333

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s